“Zo zijn onze manieren” boek over kerkgebruiken van Viola en Barna

Tijd om inhoudelijk te schrijven over het foute boek uit mijn vorige blog. Een fout boek omdat het zo pijnlijk de punten raakt die ik zelf ook zo lastig vind in de kerk. Het is het boek ‘Zo zijn onze manieren’ van Frank Viola en George Barna. Ik kreeg het een paar maanden terug van Gideon Boeken toegestuurd om het te lezen voor mijn websites. Ik was het tegengekomen op hun site en de ondertitel trok mij enorm: Maar zijn onze kerkgebruiken zo bijbels als wij denken?

Heftig boek zeg!

Het boek begint met ‘kanttekeningen’ waarin de schrijvers vier jaar na het uitkomen van de eerste uitgave een korte reactie geven op de heftige reacties die het teweeggebracht heeft. En ze maken goed duidelijk dat ze het boek geschreven hebben uit een diepe liefde voor de kerk. Het enige wat ze willen is kerkgebruiken en tradities ter discussie stellen die de wil van God tegengaan. Het aanhangen van de principes van de eerste gemeenten hoeft niet te betekenen dat we ook dezelfde gebeurtenissen overnemen, schrijven ze elders in het een voorwoord.

Waarom steeds dat saaie ritueel afwerken?

Winchester is een man die na een drukke zondagochtend vol lastige gezinsperikelen eindelijk in de kerk terecht is gekomen. Hij zit in zijn mooie blauwe pak en hoort de dominee zeggen: ‘We doen alles volgens het Woord van God! Het Nieuwe Testament is de gids van ons geloof en ons handelen! We leven…en sterven… volgens dit Boek. En ineens beleeft hij de ruzie van vanochtend weer en vraagt hij zich af waarom zijn kinderen niet graag naar de zondagsschool gaan. En waarom moeten we elke zondag dit saaie ritueel afwerken. En allerlei andere vragen die zijn leven op de kop zetten. Hoezo volgens het Boek? Ik voel me vies, zondig en helemaal niet geestelijk terwijl ik hier in de kerk zit.

Winchester wordt opgevoerd als een voor mij herkenbare man met herkenbare vragen. Waarom doen we dit? Is het echt volgens het Boek? Al dit soort vragen, daarover gaat het boek. Dat wordt duidelijk in hoofdstuk 1.

Het kerkgebouw, één van die kerkgebruiken

Als er een kerk gesticht is, is het eerste wat men vaak doet het kopen van een kerkgebouw. De schrijvers geven een uitvoerige beschrijving van de geschiedenis van kerkgebouwen. Een hoofdstuk waar ik mij eerlijk gezegd wat door heen moest worstelen. Het gaat over de herkomst van de kerkgebouwen, de preekstoel en de opstelling van de stoelen. Alles om de toeschouwer uiteindelijk zo passief mogelijk te maken, dat is wel één van de conclusies. Het gaat ook over de discutabele rol van Constantijn de Grote die volgens de schrijvers onterecht wordt verheerlijk als degene die het christendom ‘mogelijk heeft gemaakt’.  En in dit hoofdstuk lees je ook hoe het komt dat we de kerk als een heilige plek zijn gaan zien. Het ‘huis van God’.

Het moge duidelijk zijn dat de eerste kerkelijke gemeenten geen kerkgebouwen hadden. Ze kwamen bijeen in woonhuizen en heel soms werd er een groter ruimte gebruikt als dat qua grootte van de groep noodzakelijk was. Zonder kerkgebouw blijft er veel geld over waar je prachtige dingen mee kunt doen die prima passen in Gods wil.

Dichtgetimmerde zondagochtenden

Hoofdstuk 3 gaat over de liturgie. Een gevaarlijk hoofdstuk wel want de liturgie binnen veel kerken is aardig heilig. De wortels van de liturgie zoals we die nu in veel kerken kennen liggen in de middeleeuwse, katholieke mis. En die zou op zijn beurt weer deels gebaseerd zijn op de Joodse tempeldienst en gedeeltelijk op Griekse mystieke rituelen van reinig, plaatsvervangende offers en deelname. Luther, Zwingli en Calvijn hebben de katholieke mis alleen maar op onderdelen aangepast en nooit volledig gerenoveerd tot de oorspronkelijke vorm. Alle hervormers/reformatoren hebben hun eigen accenten aangebracht. Zo heeft Luther ervoor gezorgd dat we als kerk hechten aan professionele dominees. Zwingli heeft het avondmaal veranderd in een ‘gedenken’. En Calvijn heeft door zijn intellectuele preken het individuele en theoretische de kerk in gebracht. Evenals overigens de somberheid en de veronderstelde eerbied en zelfvernedering bij het betreden van een kerkgebouw.

Citaat blz. 110: wat de hervormers ook uit de mis hebben meegenomen was het gebruik van de kerkleiders om aan het begin van de dienst, terwijl de gemeente stond te zingen, naar de voor hen bestemde stoelen te lopen. Dit gebruik ontstond in de vierde eeuw, toen de bisschoppen hun prachtige basilieken inliepen. Het was rechtstreeks afkomstig van de heidense ceremonie van het keizerlijk hof.

De schrijvers zetten hun problemen met de liturgie op een rijtje:

1. de protestantse liturgie beperkt de wederzijdse participatie en de groei van de christelijke gemeenschap. Het functioneren wordt bekneld doordat de gemeenteleden moeten zwijgen.  Dit is in tegenstrijdigheid met de spontaniteit van de christelijke gemeente.

2. de protestantse liturgie ondermijnt het leiderschap van Jezus Christus. De dienst wordt door één persoon geleid en zo wordt je beperkt door de kennis, talenten en ervaring van één lid van het lichaam. Het lichaam wordt één grote tong en een heleboel kleine oren.

3. de zondagse eredienst is voor veel christenen ondraaglijk saai. Af en toe wordt er wat extra vermaak in een dienst gebracht maar de dienst is nog steeds in handen van één persoon.

4. de protestantse eredienst vormt een belemmering voor geestelijke verandering. Dat komt doordat ze passiviteit bevorderd, het functioneren belemmerd en suggereert dat één uur per week volstaat voor een overwinnend geestelijk leven. We groeien door te functioneren, niet door passie toe te kijken en te luisteren.

Zo wordt liturgie één van de kerkgebruiken terwijl we vaak denken dat het de ruggengraat van de kerkdienst is.

De Preek, voorgangers, zondagse kleren, muziek(leiders) en tienden

In iets kortere hoofdstukken komen de onderwerpen uit de kop hierboven voorbij. De preek wordt kritisch bekeken. De preek zou in de vroegchristelijke gemeente een uitzondering zijn en zeker niet het meest centrale in een kerkdienst. Het proces hoe priesters zijn geëvolueerd tot de huidige betaalde voorgangers is een boeiend verhaal om te lezen. Daarvoor moet je in hoofdstuk 5 zijn. Het grootste probleem met de betaalde voorganger is volgens de schrijvers dat deze professionele priester de taak van alle priesters ondermijnd.

En opvallend is de onthulling dat het geven van de tienden helemaal wel bijbels is maar niet christelijk. Ook al zijn alle belastingwetten op dit principe gebaseerd. Als je het volgens het oude testament wilt doen zou je 23,3% van je inkomsten moeten geven, niet 10%. Het geven van de tienden komt in het Nieuwe Testament niet terug.  We hopen en bidden dat je, net als de eerste-eeuwse Macedonische christenen, vrijwillig zult geven, vanuit een blijmoedig hart, zonder schuldgevoel, godsdienstige verplichting of manipulatie.. om hen die het nodig hebben vrijgevig te helpen. (blz. 258)

Doop en Avondmaal

Het zal je niet verbazen dat de schrijvers afwijzend staan tegenover de kinderdoop omdat deze volgens hen belangrijke zaken die bij elkaar horen uit elkaar halen. Namelijk, geloof en bekering aan de ene kant en de waterdoop aan de andere kant. Aan het begin van de tweede eeuw werd de doop losgekoppeld van de bekering. Bepaalde invloedrijke christenen hadden bedacht dat de doop door een periode van onderwijs, gebed en vasten moest worden voorafgegaan. Als je dan goed genoeg geloofde mocht je de doop ondergaan binnen een ingewikkeld ritueel. Het ergste was dat de doop de zonde ging vergeven. Daarom wachtten mensen zo lang mogelijk met het dopen, dan had je er de meeste profijt van.
Het avondmaal zoals we het nu kennen lijkt op geen enkele manier meer op de vrolijke maaltijd van de Heer die vroeger gevierd werd. Het is in een sombere, saaie, doodse godsdienstoefening veranderd die slechts op het individu is gericht, in plaats van een vrolijk en zinvol, gemeenschappelijk gebeuren. (blz. 272)

Christelijk onderwijs

In de korte tijd dat ik leef heb ik meegemaakt hoe de theologische hogeschool een universiteit is geworden. Dominees werden wetenschappers en theologen in plaats van praktische beroepsbeoefenaars. In hoofdstuk 10 beschrijven ze hoe de theologische opleidingen zijn ontstaan. Dit terwijl bekend is dat veel discipelen en waarschijnlijk ook Jezus geen enkele vorm van onderwijs hebben genoten.
Boeiend hoe ze beschrijven hoe de jeugdwerkers zijn ontstaan. Tieners en adolescenten werden zo rond de tweede wereldoorlog ineens gezien als een aparte soort mensen die je op een eigen wijze tegemoet moest treden. Zo is Youth for Christ ontstaan en neemt de jeugdwerker nu een vaste plek in binnen kerkelijke gemeenten. Terwijl het vanuit de Bijbel logischer lijkt om aan te nemen dat de opvoeding en het godsdienstonderwijs een taak is voor ouders en de gemeenschap en niet zozeer van de kerk. Hier raakt het boek mijn idee dat je van de jongeren binnen de kerk niet een speciale groep moet maken. Gods Geest werkt begrijpelijk voor iedereen.

De Bijbel is geen legpuzzel

Misschien heb jij net als ik vroeger geleerd dat de samenstelling van de Bijbel een goddelijke activiteit is geweest. Zelfs de volgorde van de boeken zou precies door God gedicteerd zijn. Paulus krijgt een grote autoriteit alsof al zijn brieven precies de antwoorden zijn op onze situatie en binnen onze tijd.
In hoofdstuk 11 stellen de schrijvers de gangbare manier van Bijbellezen aan de kaart. De Bijbel ga je nooit echt begrijpen als je de wereld waarin de Bijbel is ontstaan niet kent. Als je niet begrijpt dat er van Paulus maar 12 brieven gevonden zijn en dat die brieven allemaal gericht zijn aan een andere groep mensen in verschillende situaties. Ze geven een mooi voorbeeld hoe raar het is dat we verzen uit verschillende brieven aan elkaar koppelen en vervolgens als bewijs zien voor onze theorieën.

Als je het verhaal van de vroege kerk kent stop je met het knip-en- lak bijbel lezen. Door de Bijbel op die manier te benaderen, zullen we ontdekken met welke passie en eenheid de eerste christenen leefden terwijl ze vol geloof hun Heer Jezus volgden en vertegenwoordigden.

Jezus de revolutionair

Jezus was geen onruststoker maar hij trotseerde voortdurend de tradities van de schriftgeleerden en de farizeeën. Hij was een man die niet wilde buigen voor de druk van godsdienstige conformiteit. Dat Jezus ook kwam als revolutionair weten veel mensen niet. ‘Daarom vinden we het zo belangrijk om zichtbaar te maken wat er niet goed is in de kerk van vandaag, zodat het lichaam van Christus Gods ultieme plan kan vervullen. Het is simpelweg een uitdrukking van de revolutionaire natuur van onze Heer. Het hoofddoel van die natuur is dat jij en ik het kloppende hart van God zullen horen en zullen bijdragen aan zijn eeuwige plan – een plan waarvoor alles geschapen is’. (blz.328)

En dan volgt nog een beschrijving van hoe de het lichaam van Christus er vroeger uit zag als organische gemeenschap. Alle onderwerpen van de voorgaande hoofdstukken passeren dan nog even de revue.

Een nieuwe kijk zonder kerkgebruiken

Indringende vragen worden er gesteld in het nawoord. Want wat nu als je het hele boek gelezen hebt en misschien (waarschijnlijk) tot dezelfde conclusies bent gekomen als de auteurs? Hoe moet je nu verder leven? Is het voldoende om te noteren dat ‘er in het verleden verkeerde keuzes zijn gemaakt’ of is het beter om rigoureus deze fouten te herstellen?

De schrijvers besluiten met een aantal suggesties om over na te denken en voor te bidden:

  • Aanbidding: hoe wil God dat nu echt? Dat het belangrijk is om Gods wil te doen blijkt wel uit het verhaal waarin David de ark naar Jeruzalem wil brengen op een kar. Mensen sterven omdat David verzuimd heeft om God op de juiste manier te aanbidden. De ark had op de schouders van Levieten gedragen moeten worden.
  • Geestelijke groei: discipelschap is geen theoretisch gebeuren. Maar een gevolg van een samenleven binnen een gemeenschap. Daar komt de groei.
  • Middelenbeheer: is het de beste investering in Gods koninkrijk als je je geld besteedt aan de bouw van nog meer godsdienstige gebouwen? Is dat percentage wat je weggeeft voldoende om Gods koninkrijk te bouwen?
  • Identiteit: welke rollen heb je allemaal in je leven en welke geef je voorrang? Welke rol speelt je identiteit nu echt: je bent een priester van God, een werker van de Heer Jezus Christus en lid van een geweldig lichaam. Omdat je Jezus trouw hebt beloofd en voor altijd met Hem wilt leven, heb je de verantwoordelijkheid een functionerende priester, werker en lid van het lichaam te zijn.

Conclusie

Ik vind ‘Zo zijn onze manieren´ een vreselijk fout boek omdat het mij raakt tot in mijn tenen. Het legt van alles bloot en ik denk dat ik daar in volgende blogs nog wat over ga schrijven. Onderwerpen waar je over na moet blijven denken en waar je toch een soort van stelling over in moet nemen. Allerlei kerkgebruiken die heilig lijken te zijn, zijn het uiteindelijk niet.

Het boek is op een prettige manier geschreven. Het lijkt alsof de auteurs tegen mij praten, ik vind dat altijd prettig in een boek. Ze doen boute uitspraken maar onderstrepen het met een fikse literatuurlijst. Ze hebben dit allemaal niet voor het eerst bedacht maar wel voor het eerst op een rij gezet.

Een vreselijk goed boek dus omdat het vraagtekens zet bij de gevestigde orde.

Zo zijn onze manieren Gideonboeken is geschreven door Frank Viola & George Barna, uitgegeven door , ISBN 978-90-5999-083-8.

lees mijn reflectie op dit boek
Wil je mijn blogs volgen zonder deze website in de gaten te houden? Dat kan via de nieuwsbrief, zie de sidebar. Maar je kan mij ook volgen via Facebook.

Chiel Voerman
volg mij!

Chiel Voerman

Echtgenoot | Vader | Christen | Blogger | Communicatiemedewerker. Ik vind het leuk om met van alles en nog wat bezig te zijn. De rode lijn is steeds dat ik wil maximaliseren en inspireren. Wat goed is nog mooier maken.
Chiel Voerman
volg mij!

Latest posts by Chiel Voerman (see all)

Related Posts

Chiel Voerman

Echtgenoot | Vader | Christen | Blogger | Communicatiemedewerker. Ik vind het leuk om met van alles en nog wat bezig te zijn. De rode lijn is steeds dat ik wil maximaliseren en inspireren. Wat goed is nog mooier maken.

4 gedachten over ““Zo zijn onze manieren” boek over kerkgebruiken van Viola en Barna

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *