Home » Blog » Straffen op school

Straffen op school

straffen op school

Het doel van mijn rol op school is het beïnvloeden van gedrag. En dat is sneller gezegd dan gedaan, want wie bepaalt precies wat gewenst gedrag is? Voor een klein deel is dat gemakkelijk. Er zijn schoolregels waar we ons aan houden om het samenleven in het gebouw mogelijk te maken. Het overtreden van regels heeft gevolgen. Leerlingen noemen dat vaak straf. Maar hoe gaan we straffen op school als we eigenlijk al weten dat straf niet zoveel zin heeft?

Het nut van straf

Veel pedagogen zijn op dit moment van mening dat een straf alleen nut heeft als het een direct verband heeft met de overtreding. Zo is ‘de aula schoonmaken’ een passende straf als een leerling doelbewust rotzooi maakt in de aula. Een muur schoonmaken kan de consequentie zijn op het schrijven op de wanden van de toiletten. Een half uur eerder op school komen als je de dag ervoor te laat bent gekomen wordt ook door iedereen begrepen.
Een straf wordt nuttiger als hij snel volgt op de overtreding. En daarbij lijkt het zo te zijn dat een straf echt vervelend moet zijn. Maar je moet er ook iets van moet kunnen leren. Dat is overigens ook iets wat ik van leerlingen terughoor: Huiswerk maken tijdens stafuren is best handig, maar voor het aanleren van gedrag doet het niets.

Valkuilen van straffen op school

Een straf komt altijd als consequentie op het gedrag van leerlingen. Eén van de valkuilen van het geven van straf op school is dat de straf een soort wraak wordt: laat het hem maar eens voelen! Een andere valkuil is denk ik dat je leerlingen iets laat doen waar ze een hekel aan hebben, maar wat jij wel goed voor ze vindt. Straf is niet bedoeld om je punt te halen of over de ruggen van leerlingen te scoren.
Gedrag van leerlingen kan ons pijn doen. Het kan ons confronteren met onze eigen fouten en zwakke punten. Maar soms ook met jaloersheden of eigen nare ervaringen. Een opstandige leerling kan snel je oude angst voor boosheid triggeren bijvoorbeeld. Het gevolg is dat je gaat dreigen en de situatie uit de hand loopt. Het persoonlijk nemen van gedrag is een derde valkuil.

Het is volgens mij heel menselijk om gedrag persoonlijk te nemen. Soms is een leerling echt op oorlogspad en is het gedrag ook persoonlijk bedoeld. Maar als sociaal pedagogisch hulpverlener ben ik opgeleid met het idee dat elk gedrag een signaal is. Iemands gedrag is de beste keuze die de leerling op dat moment had. En dat gedrag is niet per se handig. Maar het is een boodschap die we moeten proberen ontcijferen.

Jongeren kunnen niet alles

In het boek “Leer je kind kennen” (aff.) van Jelle Jolles wordt wel duidelijk dat jongeren nog niet alle vaardigheden hebben ontwikkeld die we hen toeschrijven. Ze kunnen hun leven nog niet zo volwassen oppikken als wij zouden willen. Op ieder moment, bij ieder conflict, moeten we als opvoeders de kans grijpen om inzicht te geven in de situatie.
Wij hebben alles al wel eens meegemaakt en we weten hoe we wel of niet moeten reageren. Een leerling weet dat niet, hij weet nog niet hoe hij zijn kwaadheid moet herkennen, laat staan ermee omgaan. Hij is zijn wil nog aan het ontwikkelen en daardoor brengt hij zijn voorkeur soms wat dwingend of afkeurend naar voren. Waar wij dan rustig onder moeten blijven. Het is namelijk niet persoonlijk bedoeld. Maar omdat wij bepaalde dingen al zo goed weten, zijn ze als een soort waarde voor ons geworden.

Een regel als ‘Neem je boeken mee naar de les’ is voor ons meer dan een regel. We vinden dat heel belangrijk, het is eigenlijk een waarde geworden. En omdat het voor ons zo belangrijk is, voelen we ons ook negatief bejegend als iemand zich niet aan onze waarde houdt.
Maar de leerling kent dit nog niet. Voor hem is het een onbeduidende regel. Wat is het nut ervan als iedereen een tekstboek mee moet nemen? Eén per twee tafeltjes is toch ook voldoende.
En zal ik eerlijk zijn? Ik zie het nut er ook niet van in. Ik vind het slim van leerlingen als ze hun leven zo weten te organiseren dat hun tas niet zo zwaar is. Daar verwacht ik dan wel iets voor terug: jij een lichte tas, ik een gezellige goed meedenkende leerling in de klas. (Lees hier mijn verslag over het boek van ”Leer je kind kennen’.)

Autonomie, competentie en relatie

En zo komen we weer bij de trits ‘autonomie, competentie en relatie’. Als je een leerling toestaat om zijn boek te delen met zijn buurman, dan erken je zijn competentie en autonomie. En bovendien behoud je de relatie met de leerling. En het is algemeen bekend dat de relatie tussen docent en leerling van grote invloed is op de resultaten.
Als de leerlingen niet rustig uit één boek kunnen lezen kan je stellen dat het niet werkt en dat de leerling zijn eigen boek weer mee moet nemen de volgende keer. Als je rustig inzicht geeft in je redenatie zal de leerling dit met behoud van autonomie begrijpen en misschien een nog betere oplossing voorleggen.
De leerling heeft er weer iets van geleerd. Hij weet nu namelijk wat de relatie is tussen ‘boeken mee’ en ‘focus in de les’. En misschien heb jij geleerd dat sommige leerlingen prima kunnen samenwerken als je hen dat vertrouwen geeft.

Ik merk iedere dag dat het belangrijk is om leerlingen inzicht te geven in hun gedrag en de reacties van anderen daarop. Vaak weten leerlingen niet waarom ze dingen doen en zeker niet hoe ze zich anders zouden kunnen gedragen.
Het inzicht geven in hoe de dingen lopen is een belangrijk onderdeel van eventuele straffen. Een straf op school is voor mij niet een doel, maar een middel. En dan ook nog een middel dat niet per se hoeft te worden ingezet. Als de les geleerd is, is het voor mij ook wel klaar.

Een straf neemt autonomie af, maar als er gelijktijdig gewerkt wordt aan inzicht en aan de relatie met volwassenen dan vergroot je gelijk die autonomie weer. De leerling krijgt namelijk de kans om zelf te kiezen om weer de relatie aan te gaan met zijn docenten en klasgenoten. Mijn ervaring is dat leerlingen regelmatig mopperend een strafuur ingaan, maar deze verlaten met de gedachte: ik wil het, ik kan het en ik hoor er bij!
Straffen op school, het kan en moet. Maar wel zo dat iedereen er beter van wordt.

Wist je trouwens dat competentie, autonomie en verbondenheid/relatie de randvoorwaarden voor geluk en motivatie zijn? Daarover schreef ik het blog Motivatie binnenstebuiten.

Ken je het begrip time-out?

Vertel het verder!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *